Hier vind je de kernbegrippen van de TENNIS TEACHING GBA methode
1. Het beginspel (start)
Een punt ‘start’ steeds met een opslag en terugslag volgt als er geen dubbele
fout wordt geslagen.
Opslag - Terugslag
2. Het achterveldspel (rally)
Met een 'rally' wordt het achterveldspel uitgevochten.
Baseline - Baseline
3. Het transferspel (approach)
Een ‘approach’ naar het net ondernemen na het aanpakken van een te kort
gespeelde shot van de tegenstander en het tegenspel verwerken op weg
naar het net is onderdeel van het transferspel.
Opkomen – Tegenspel
4. Het voorveldspel (volley)
Met een ‘volley’ wordt uiteindelijk bij het netspel voor het punt gegaan,
maar deze kans om te scoren ziet men dikwijls verijdeld door het tegenspel
van de tegenstander bv. met een lob of passing.
Netspel - Tegenspel
Een SHOT-SITUATIE is de kern van het GBA concept!
Een shot-situatie bestaat uit 2 blokken met verschillende 'elementen'.
Een 'context' of 'uitdaging' en een 'respons' of 'antwoord'.
Het aantal elementen van de context verschilt voor een starter, recreant, gevorderde en elitespeler!
Hoe hoger het speelniveau hoe meer elementen er worden gebruikt (gezien in de context) om de optimale respons te kiezen
bv. Een shotsituatie met de 'elementen' voor een gevorderde:
1. Een context
a. de locatie van de tegenstander
b. de aankomende bal (de balkwaliteiten)
c. de relatieve moeilijkheidsgraad (persoonsgebonden gevoel)
2. De respons
a. shot-intentie = Neutraliseren, Initiatief nemen of Scoren
b. shot-keuze (Fx,Bsl,Fio,BVdrx,...)
c. de vertrekkende bal (= 5 balkwaliteiten)
d. herplaats-locatie
| 1. Neutraliseren (Stay in the point). |
Hoofdbedoeling is om je respons te doen lukken!
===>zodat je het punt niet direct verliest!
De context is dermate moeilijk dat je enkel kunt kiezen voor de intentie neutraliseren. Dat betekent ook dat je uit weinig goede shot-keuzes kan kiezen.
vb. Je tegenstander beantwoordt jou half diepe shot (= gemakkelijke uitdaging) met een strakke bal diep in de hoek naar je backhand en komt op naar het net.
Een goede shot-keuze om deze moeilijke uitdaging aan te gaan is door een hoge bal over de netspeler (lob), cross (diagonaal) in het achterveld te slaan.
| 2. Initiatief nemen (Take initiative) |
Hoofdbedoeling is het afdwingen van een ZWAKKE respons!
===> zodat je met je volgende shot-keuze misschien wel het punt kunt winnen/scoren!| 3. Scoren (Take the point). |
Hoofdbedoeling is het afdwingen van een MISLUKTE respons!
===>zodat je het punt te wint!
Tegenstander kan niet aan de bal geraken of slaat deze mis betekent hier maw het punt winnen!
Shot-intenties zijn prima om een tactische structuur aan te reiken maar te algemeen om in de praktijk de vele mogelijkheden , vooral in de intentie "INITIATIEF NEMEN" preciezer te bepalen en daarom hebben we verfijning nodig onder de vorm van shot-keuzes.
| De shotintentie = ‘Neutraliseren’. |
Shot-keuzes: Neutraliseren en Counteren
| De shotintentie = ‘Initiatief nemen’. |
Shot-keuzes: Opbouwen - Aanvallen - Approach
| De shotintentie = ‘Scoren’. |
Shot-keuzes: Scoren en Counteren
Ook hier is het speelniveau bepalend voor de optimale keuze uit de brede waaier van shot-keuzes. Vanuit de strategie bepalen we de tactiek. De context in een shot-situatie bepaalt dan je shot-intentie. Eenmaal gedreven in het kiezen van de juiste intentie wordt de aandacht verlegd naar de verfijning hiervan maw de optimale shot-keuze.
Uiteindelijk wordt er steeds meer aandacht gegeven aan de optimale balkwaliteiten voor de gekozen shot-keuze ifv de mogelijkheden van de speler(ster).
I. LEER-STRATEGIEËN