TENNIS TEACHING GBA (ST)


Hier vind je de kernbegrippen van de TENNIS TEACHING GBA methode


Visie achter de GBA methode

Vanuit ieders persoonlijke spelbeleving wordt een strategie bepaalt en daaropvolgend ook de tactiek (shot-patterns) om je tegenstander te bekampen. Dit noemt men ook het 'wedstrijdplan'.

Elk punt wordt vertaald naar een aantal shot-situaties (dé tool van de GBA methode). Elke shot-situatie bestaat uit een context en respons

Uiteindelijk beslist de speler adh van de context een respons onder de vorm van een shot-keuze met de bijbehorende balkwaliteiten.

Het antwoord of respons is liefst effectief én efficiënt én herhaalbaar door een persoonlijke invulling die streeft naar een optimale output.

De technische, mentaal/tactische en conditionele vaardigheden die hiervoor nodig zijn worden in de GBA training aangeboden op een hollistiche wijze of ook totaalbenadering genoemd.


Deze vaardigheden situeren zich in de volgende DOMEINEN:

Emotioneel - Mentaal   ===>(goed/slecht vs juist/fout)

Tactisch - Technisch     ===>(shotkeuze vs biomechanica)

Conditioneel                ===>(handeling met ritme en in balans)

- Voeding - Ontspanning ===>(energie input vs energie output)


Hoe ziet zo'n training eruit?

De speler wordt in een voor hem relevante bepaalde SHOT-SITUATIE geplaatst, die hij/zij dient op te lossen door (uiteindelijke doel) onbewuste keuzes te maken.

Om dat (uiteindelijk doel) te kunnen onder spel/wedstrijddruk zal hij zich een aantal vaardigheden eigen te moeten maken

De 'begeleider' (initiator-instructeur-trainer B-trainer A-coach) biedt deze situatie aan (uiteraard aangepast aan het niveau) en via een aantal leer-,oefen- en wedstrijdvormen gaat de speler deze onder de knie krijgen.

Dus van open (alle vaardigheden) naar gesloten (geïsoleerde vaardigheid) en terug naar open situaties in één les.

De GBA methode verschilt vooral in de holistische aanpak en de nadruk op het impliciet/differentieel leren.

De spelers kunnen via zelfevaluatie zien, aan de hand van de gewenste balkwaliteiten én het effect op de medespeler/tegenstander of de 'leerstof' begrepen, gekend en deel uit maakt van zijn skill-set onder druk.

Het is dan kwestie om deze 'stof' voldoende te herhalen om het uiteindelijk te kunnen onder spel/wedstrijddruk!



Welke spelsituaties kennen we?

1. Het beginspel (start)                ==>Opslag - Terugslag

Een punt ‘start’ steeds met een opslag en terugslag volgt als er geen dubbele fout wordt geslagen.


2. Het achterveldspel (rally)         ==>Baseline - Baseline

Met een 'rally' wordt het achterveldspel uitgevochten.


3. Het transferspel (approach)     ==>Opkomen– Tegenspel

Een ‘approach’ naar het net ondernemen na het aanpakken van een te kort gespeelde shot van de tegenstander en het tegenspel verwerken op weg naar het net is onderdeel van het transferspel. 


4. Het voorveldspel (volley)        ==>Netspel – Tegenspel

Met een ‘volley’ wordt uiteindelijk bij het netspel voor het punt gegaan, maar deze kans om te scoren ziet men dikwijls verijdeld door het tegenspel van de tegenstander bv. met een lob of passing.



Wat is een shot-situatie?

Een SHOT-SITUATIE is de kern van het GBA concept!


Een shot-situatie bestaat uit 2 blokken met verschillende 'elementen'.

Een 'context' of 'uitdaging' en een 'respons' of 'antwoord'.

Het aantal elementen van de context en de respons verschilt voor een starter, recreant, gevorderde en elitespeler!

Hoe hoger het speelniveau hoe meer elementen er worden gebruikt (==>en gezien in de context) om de optimale respons te kiezen

A. Een shotsituatie met de 'elementen' voor een starter:

1. De context

  • de relatieve moeilijkheidsgraad vd aankomende bal (persoonlijk gevoel)

2. De respons

  • Eén tactische bedoeling "doen lukken" (=neurtraliseren)!
  • shot-keuze  
  • de vertrekkende bal (= 5 balkwaliteiten)
  • herplaats-locatie of speelbasis



B. Een shotsituatie met de 'elementen' voor een gevorderde:

1. De context

  • de locatie van de tegenstander
  • de voorkeurpatronen van tegenstander in deze situatie
  • balans voor, tijdens en na zijn shot
  • het al dan niet effectief bewegen naar zijn vermoedelijke speelbasis
  • de aankomende bal (balgedrag en baltraject)
  • de relatieve moeilijkheidsgraad vd aankomende bal (persoonlijk gevoel)

2. De respons

  • shot-intentie (neutraliseren, initiatief nemen, scoren)
  • shot-keuze 
  • de vertrekkende bal (= 5 balkwaliteiten)
  • herplaats-locatie of speelbasis

Als je wilt weten hoe de shotsituatie wordt gebruikt om tactische trainingen te organiseren KLIK HIER


Van Game Based Approach naar Teaching Tennis

SideBar


Hollistische benadering (=alle domeinen)

Emotioneel - Mentaal (goed/slecht vs juist/fout)


Tactisch - Technisch (shotkeuze vs biomechanica)


Conditioneel (handelingen met ritme en in balans)


- Voeding - Beweging (energie input vs energie output)

GBA-methode

De beste online informatiebron voor trainers mbt situatietraining kan je vinden op:

ACE COACH

ACE COACH

KERNBEGRIPPEN

(Voor meer uitleg klik op de linken)

SPEL-SITUATIES

  1. Opslag
  2. Terugslag
  3. Baseline
  4. Approach & tegenspel
  5. Netspel & tegenspel


SHOT-SITUATIES


PROGRESSIE IN GBA


SHOT-INTENTIES

SHOT-KEUZE

PATTERNS

BALKWALITEITEN

SHOT-FUNCTIES